ergotherapie kinderen vathorst amersfoort  
 

Doelgroepen

Kinderen die bij ons aangemeld worden kunnen problemen hebben op de volgende gebieden:

Fijne motoriek:
  • het vastpakken en loslaten van materialen/speelgoed;
  • manipuleren met materialen en de samenwerking van beide handen hierbij;
  • de kleutervaardigheden; zoals kleuren, knippen, scheuren, prikken, vouwen.
  • schrijfvoorwaarden: aannemen en handhaven van een juiste zithouding, ontwikkelen van een voorkeurshand, hanteren van schrijfmateriaal, aanleren van deschrijfpatronen e.d.;
  • schrijven; moeite met het aanleren van de schrijfletters en automatiseren van deze letters, onleesbaar handschrift, laag schrijftempo etc.
Sensomotoriek:

Wanneer kinderen motorische mijlpalen laat behalen is dit vaak al een signaal voor problemen in de sensomotoriek. Motorische mijlpalen zijn bijvoorbeeld: rollen, zitten, gaan staan en lopen. Problemen in de sensomotoriek kunnen voortkomen uit problemen in de sensorische integratie.

Sensorische integratie:

Sensorische integratie is de samenwerking tussen hetgeen door de zintuigen waargenomen wordt en hoe dit, in de hersenen, verwerkt wordt tot motoriek en handelen. Kinderen kunnen bijvoorbeeld op de volgende zintuiggebieden problemen ervaren:

  • bewegen (evenwichtsorgaan): extreme angst om te bewegen, niet willen klimmen, klauteren, schommelen e.d. of juist geen gevaar zien, alleen maar willen bewegen;
  • tast: overgevoelig reageren op aanrakingen, lage pijngrens hebben, agressief gedrag vertonen op onverwachte aanraking, problemen met haren wassen, nagels knippen, etiketten in kleding, sensopathische materialen als vingerverven vermijden ed. Of juist veel willen friemelen, veel tastprikkels op willen zoeken;
  • dieper spiergevoel: lage basisspierspanning, het aanleren van nieuwe handelen kost veel tijd, onhandige motoriek, veel vallen;
  • moeite met aannemen en handhaven van een juiste uitgangshouding, snel onderuitgezakt zitten;
  • concentratie problemen;
  • alertheidregulatieproblemen;
  • planningsproblemen: geen of nauwelijks structuur aanbrengen in eigen handelen. Chaotisch werken. Veel moeite hebben om alleen te spelen.

Combinaties van deze problemen zijn mogelijk.

Zelfredzaamheid:
  • zelfstandig aan- en uitkleden, zoals sluitingen hanteren en veters strikken;
  • zelfstandig eten en drinken, zoals gebruiken van bestek en snijden;
  • zelfstandig tot spel komen.
Handelen:
  • aanleren en automatiseren van nieuwe vaardigheden;
  • organiseren van handelingen;
  • zelfstandig werken en uitvoeren van taken.
Behandeling:
  • na arm- en handoperaties;
  • na interventie met botholine toxine in de arm en hand.
 
   

Regionale praktijk voor kinderergotherapie